hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Christendom en slavernij

14 augustus 2010


Slavernij is pre-modern

H

et terugdringen van slavernij is eerst in de moderne samenleving verwezenlijkt. Het ligt voor de hand dat er een verband is tussen dit terugdringen en de principes van moderniteit, democratie en gelijke rechten. Dat verband is onverkorte wederzijdse eerbiediging van individuen.

Slavernij is (ook vandaag nog) het symbool bij uitstek van de pre-moderniteit. Zoals de meeste andere religies heeft het christendom deel uitgemaakt van deze pre-moderniteit. Als een van de vele behoudende religieuze ideologieën heeft ze telkens verdedigd wat er op dat ogenblik was. Ze heeft slavernij altijd als een natuurlijk fenomeen en/of als een goddelijk gebod beschouwd. Waar lotsverbetering onvermijdelijk werd, hoezeer ook in strijd met de behoudende ideeën van de tijd, pleitte het christendom onschuldig voor het verleden: wat eerst werd afgeschilderd als gods onveranderlijke wil, werd dan uitgelegd als een kwaad dat met gods wil was uitgeroeid.

§

Het christendom ontkende niet enkel aan de behoudende kant te staan, het bestempelde zich zelfs als voorvechter van vernieuwing. Dat is niet enkel zo in het geval van slavernij: ook met vrouwenrechten, homosexualiteit, geboortebeperking, algemeen onderwijs, abortus, euthanasie, pacifisme etc.... etc.... was of is het christendom een behoudende kracht die brutale middelen niet schuwde; maar als de vernieuwing een feit is, gaan dezelfde mythologen het verleden uitvloooien om enkele bijzondere individuen als christelijke voorvechters het podium van de geschiedenis op te duwen, en verklaren zichzelf tot bereiders wat ze altijd letterlijk met vuur en zwaard bestreden. Zo voert men christelijke enkelingen of hoogstens minderheden op die tegen het behoud gestreden hebben. Het is niet erg waarschijnlijk dat wie vandaag behoudsgezind is, enkele eeuwen geleden op de bres voor vernieuwing zou gestaan hebben. Een juist inzicht in de geschiedenis is absoluut noodzakelijk voor het behoud van de moderne samenleving waar we allen van kunnen genieten.

Ieder mens heeft recht op zijn geweten en levensbeschouwing, maar geen ideologie mag zich opwerpen als de roerganger van de moderne beschaving, en schaamteloos beweren dat ze beter dan anderen weet hoe we moeten samenleven. Een van de talrijke christelijke vervalsingen van de geschiedenis die in de voorbije eeuwen zijn bekokstoofd is de bewering dat het christendom al sinds zijn ontstaan opkomt voor de zwakkeren, voor naastenliefde, voor vrede, tegen slavernij. De Bergrede, die zaligheid in de volgende wereld belooft, en Paulus die zegt dat alle mensen gelijk zijn voor God, worden aangehaald alsof het vroege ("zuivere") christendom een soort heilig socialisme was. Dat zou me niet zo ergeren als het bij geschiedenis bleef, maar die onzin wordt te pas en te onpas opgerakeld om christenen een speciaal zitje te bezorgen in de moderne samenleving die ze altijd bestreden hebben. Het is dus niet mijn bedoeling het christendom aan te vallen of de schuld te geven van wantoestanden in een grijs verleden. Mijn enige doel is te weerleggen, dat christenen uitzonderlijk waren.

Slavernij onder de vroege christenen

Christenen hebben tot in de negentiende eeuw de bijbel aangehaald om slavernij te rechtvaardigen. Zo bijvoorbeeld Spreuken 29:19:

Een slaaf kan niet verbeterd worden met woorden alleen. Hij luistert, maar gehoorzaamt niet

of Spreuken 29:21

Als een man zijn slaaf verwent van jongsaf, zal hij op de duur leed bezorgen

In Exodus 21:20-21 wordt uitgelegd dat een meester zijn slaaf doodslaan, mits de doodstrijd een dag of langer duurt:

Indien een man zijn slaaf of slavin slaat met de roede, en die sterft, zal hij gestraft worden. Maar als die een of twee dagen in leven blijft, valt hem niets te verwijten, want het was zijn geld.

Aristoteles was een oude Griekse wijsgeer, die eeuwen voor Christus leefde. Hij beschouwde slaven als deel van het lichaam van hun meester ( Politika 1.2):

Dat wat kan voorzien door de geest is van nature bedoeld om heer en meester te zijn, en dat wat met het lichaam uiting kan geven aan dit voorzien, is van nature slaaf

Sint Paulus, een van de eerste christenen, kende zowel Aristoteles als Exodus. Hij maande slaven aan (Efesen 6:5):

...te gehoorzamen aan hun vleselijke meesters, met angst en beven...

en aan Timotheus (6:1)

Eer uw meesters zodat de naam van God en zijn leer niet beschaamd worden

Welgestelde christenen die door de Romeinse overheid werden gedwongen een offer aan de keizer te brengen, redden hun zieleheil door hun plaats te laten innemen door een slaaf. De derde eeuwse kerkvader Peter van Alexandrië (Canon IV) drong er niettemin op aan dat deze slaven gestraft zouden worden:

Ook al waren deze slaven overgeleverd aan hun meester [...] laat ze gedurende één jaar boeten.

Het concilie van Gangra, in de vierde eeuw, veroordeelde bisschop Eustathius omdat hij slavernij bekritiseerde. Het concilie besliste dat

Wie ook een slaaf zou leren, onder het mom van godsvrucht, zijn meester te minachten en te vluchten, in plaats van zijn meester te dienen met goedwillendheid en eerbaarheid, hij weze vervloekt.

In christelijke middens doet het verhaal de ronde dat Sint Augustinus slavernij veroordeelde in De Stad Gods. Om dat vol te houden moet men toch met een hele speciale bril lezen:

Hij die het goede doet, al is hij een slaaf, is vrij. De zondaar, al is hij een heerser, is een slaaf, en niet de slaaf van een enkel man, maar - erger nog - de slaaf van zovele meesters als zijn gebreken (I,8.)
De eerste oorzaak ... van slavernij is de zonde; die een mens onderwerpt aan zijn gelijke - dat wat slechts gebeurt bij gods oordeel, bij wie geen onrechtvaardigheid bestaat, en die gepaste straffen kent voor elke zonde (XIX,15).
Boven twijfel verheven is dat het een gelukkiger zaak is de slaaf te zijn van een man dan van een verlangen; want zelfs het verlangen te heersen, om er maar een te noemen, verwoest iemands hart met de meest wrede heerschappij(XIX,15.)
Van nature, zoals God ons schiep in het begin, is niemand slaaf van mens of zonde. Deze onderwerping is echter een straf, volgens de wet die de natuurlijke orde oplegt en haar verstoring verbiedt. Want als deze wet niet overtreden was, zou er niets geweest zijn om door dienstbaarheid in te tomen. Daarom maant de Apostel [i.e. Paulus] slaven zich te onderwerpen aan hun meesters, en hen te dienen met heel hun hart en welwillendheid, zodat, wanneer ze niet bevrijd kunnen worden door hun meesters, ze zichzelf in zekere zin kunnen bevrijden, door niet te dienen in angst, maar in godvruchtige liefde, tot alle onrechtvaardigheid verdwijnt, en alle overheersing en alle menselijke macht herleid worden tot niets, en God allen in allen is (XIX,15.)

Augustinus had zelf slaven. Zijn ouders kochten hem op jonge leeftijd een concubine "om zijn jeugdige stoom af te laten". Toen zijn moeder later een huwelijk arrangeerde met een katholiek meisje uit de hogere kringen om hem te introduceren in de machtscentra van Milaan, liet hij zijn bedgenote, volledig in lijn met zijn citaat hierboven, zweren voortaan af te zien van sex, en liet haar opsluiten in een klooster in Afrika. Zijn enig kind, een jongen van 14, stierf enkele maanden later. Toen de huwelijksplannen in duigen vielen kocht hij zich prompt een nieuwe sexslavin (zie hierover Peter Brown, Augustine of Hippo: A Biography..)

De vroege middeleeuwen

De heilige Isidorus van Sevilla schreef in de zevende eeuw: "slavernij behoort tot het recht van de naties, en is daarom een natuurrecht" (Etym. v, 4.)

Van Karel de Grote tot Hendrik de Vogelaar werden Slaven in Centraal en Noordwestelijk Europa bejaagd, gevangengenomen, weggevoerd en verkocht langs Venetie en Sicilie. Hierdoor werd de etniciteit van hun slachtoffers (Slaaf) de soortnaam "slaaf".

William D. Philips:

Tegen het jaar 1000 begon de Westelijke slavenhandel te minderen, al werden nog steeds Ieren en Vlamingen verkocht op de markt van Rouen. In de 12e eeuw bekeerden de Slaven zich tot het christendom, en de slavenhandel van Oost-Europa door Frankrijk naar moslim-Spanje stokte. [...] Terwijl Frankrijk (700-1000) een draaischijf was voor slavenhandel met de moslimwereld, nam Italië ongeveer dezelfde positie in.[..] Het waren gewoonlijk Slaven die over de Alpen en doorheen Pavia werden gedreven. (**)

Naast deze verhandelde slaven bestonden in het middeleeuwse feodale systeem nog steeds slaven die de grond bewerkten. Zij werden in het Latijn "coloni" genoemd, in het Nederlands lijfeigenen, of sinds kort ook "horigen" of zelfs schaamteloos "halfvrijen". Het latijn voor slaaf "servus", wordt in het Engels en Frans nog steeds gebruikt voor deze "lijfeigenen"(serf). Christelijke apologeten hebben heel wat onzin over gelukkige lijfeigenen verteld, bijvoorbeeld dat ze, in tegenstelling tot "echte" slaven, onder een humaner sociaal contract van "wederkerigheid onder goddelijke bescherming" leefden. Daarmee bedoelt men dat priesters bidden voor de gemeenschap, ridders vochten voor de gemeenschap en lijfeigenen werkten voor de gemeenschap. In werkelijkheid hadden de lijfeigenen weinig voordeel van de biddende priesters, en hadden een hoop te lijden onder vechtende ridders. Ze waren slaven, en werden zoals andere slaven bezeten, minacht, ondervoed en misbruikt, ook sexueel. Dikwijls leefden ze, aan hun lot overgelaten, in grotere armoede en rechtelozer dan andere slaven. Wanneer ze trachtten te vluchten werden ze opgejaagd en afgeranseld. Men beweert ook wel dat lijfeigenen, in tegenstelling tot slaven, hun eigen bezittingen konden hebben. Maar slaven hadden gewoonlijk bezittingen. Harvard professor Patterson zegt in Slavery and Social Death:

Ik ken geen samenleving gebouwd op slavernij waar slaven die het zich konden veroorloven geen slaven konden kopen.

Het echte verschil tussen lijfeigenen en andere slaven is dat de ene in een feodale, landelijke economie passen, en de anderen in een meer steedse handelseconomie. In een feodale economie werd nauwelijks handel gedreven, dus ook nauwelijks handel in slaven. Toch kwam (ruil)handel voor, zelfs in het hart van de kerk. Zo bekloeg Lullo, bisschop van Mainz, zich in 755 bij de paus erover dat zijn parochiepriesters "lijfeigenen" van de kerk verkochten voor eigen gewin. De bisschop schreef:

Hij nam goederen en lijfeigenen van de kerk die aan zijn zorg waren toevertrouwd, Faegenolph onze lijfeigene, zijn twee zonen Raegenolph en Amanolph, en zijn vrouw Leobthruthe, en hun dochter Amalthruthe, en hij bracht hen naar Saxen en ruilde hen voor een paard [...] de lijfeigene en het meisje die Aotrich schonken aan de kerk voor de ziel van zijn zoon, werden door Willefred meegenomen. De naam van deze lijfeigene was Theodo en van zijn vrouw Aotlind. De priester Enred ruilde onze lijfeigene Liudo voor een paard [...] en op een nacht stal hij in het geheim onze lijfeigene Erpwine en negenenveertig varkens die Hredun onze kerk had geschonken; en bij een andere gelegenheid nam hij onze twee lijfeigenen Zeitof en Zeizhelm en een keer vier ossen... (*)

Merk op hoe mensen, varkens, ossen en paarden door elkaar worden genoemd als kerkbezit. Merk ook op dat de kerkelijke gezagdrager klaagt over ontvreemding van kerkelijke eigendom, maar dat hij, in tegenstelling van wat sommige apologeten hier willen zien, op geen enkele wijze aangeeft het oneens te zijn met het feit dat de kerk mensen bezit net als dieren.
Wanneer een bisschop onbeschroomd verklaart dat deze mensen - of we ze nu slaven of lijfeigenen noemen - bezit van de kerk zijn net als paarden, ossen of varkens; en als vervolgens parochiepriesters voor hen kopers kunnen vinden, dan moet men aannemen dat bezit en verkoop van slaven niet abnormaal was, ook niet voor de kerk. Tenslotte kan slavenhandel slechts bestaan als er eenstemmigheid is in de samenleving zodat de slaaf nergens kan vluchten, tenzij alles gebeurt in totale geheimhouding.

De late middeleeuwen

De beroemde grondlegger van de christelijke filosofie van de late middeleeuwen was Thomas Aquinas (Doctor Angelicus). Zijn filosofie was een vermenging van Aristoteles en de bijbel. Hij schreef:

Slavernij tussen mensen is natuurlijk, want sommige mensen zijn van nature slaaf, volgens de Filosoof(Summa Theologica, 2-2,Q57.)

en

Het is rechtvaardig dat ieder zijn recht krijgt, waarbij rekening wordt gehouden met het onderscheid tussen individuen: want wanneer een man neemt wat hem toekomt, wordt dat geen zuiver "recht" genoemd. En omdat wat van de zoon is ook van de vader is, en wat van de slaaf is ook van zijn meester is, volgt dat er zuiver gesproken geen rechtvaardigheid is tussen de vader en de zoon, of tussen de meester en zijn slaaf (Summa Theologica, 2-2,Q57.)

In de late middeleeuwen groeide de Europese economie. De landbouw bleef een kwestie van lijfeigenen en vrije boeren, maar ook de handel in werkslaven en huisslaven floreerde overal. Deze slavenhandel, zegt William D. Philips, was

...een prelude voor de ontwikkeling van Amerkaanse slavernij. Dit is bijzonder belangrijk, aangezien slavernij in de Nieuwe Wereld haar oorsprong heeft in late middeleeuwse tradities. Vooreerst hadden de kruistochten het werkgebied van de Italiaanse kooplui, de meest actieve slavenhandelaren van die tijd, in grote mate uitgebreid, en, als bijkomend resultaat van de kruistochten, breidden de Europeanen hun kennis van suiker verder uit, en de Amerikaanse geschiedenis van suiker en slavernij zijn onontwarbaar met elkaar verweven. De Spaanse en Portugese veroveringen hielden slavernij in leven en bloeiend op het Iberische schiereiland. (**)

Groeiende interesse voor oude manuscripten bracht niet alleen de oude filosofen naar Europa, maar ook het Romeinse recht dat bijzonder veel aandacht aan slaven en slavenhandel had besteed. Bijgevolg, schrijft Philips, hadden Spanje en Portugal een volledige slavenwetgeving ontwikkeld lang voor ze aan hun overzeese expansie begonnen.(**)

William D. Philips:

De uitgewerkte slavenwetten van Justinianus waren makkelijk toepasbaar wanneer nieuwe omstandigheden het vereisten. In de elfde eeuw had de Italiaanse geleerde Irnerius de studie van de Romeinse wetten aangevat, en in de volgende twee eeuwen verspreidde de kennis zich over West-Europa. In Iberia vaardigde de Castiliaanse koning Alfonso X in het midden van de dertiende eeuw nieuwe wetten uit, bekend als de Siete Partidas, gebaseerd op het Romeinse recht. Hoewel nooit helemaal toegepast, hadden deze wetten een grote invloed op de late middeleeuwse en vroeg-moderne wetgeving in Spanje. Tegen het einde van de middeleeuwen had Iberia aanzienlijke historische ervaring met slavernij en een wettelijk raamwerk om een slavensysteem te beheren. (**)

Ook in christelijk Europa werd aan het einde van de middeleeuwen, met de toename van de mercantiele samenleving, het aantal lijfeigenen gebonden aan land teruggedrongen door de slavenhandel. In de middeleeuwen en de Atlantische tijd waren één op zes slaven. Toen de christenen in Spanje terrein terugwonnen op de Moren, werden gevangenen verkocht op de markten van Mallorca en Barcelona, samen met hun (Europese) slaven.

William D. Philips:

Italianen importeerden hun slaven vooral van buiten Italië. Reeds in de twaalfde eeuw had Venetië slaven uit een wijd gebied, al bleef het een gering aantal. In het midden van de twaalfde eeuw bezat Genua moslimslaven, en er is bewijs dat een van de rijke Genuese koopmannen van die tijd, Guglielmo Burone, een slaveneigenaar was. In 1300 vermeldde het testament van een Genuese resident in Cyprus, dat hij vijf slavinnen en één slaaf bezat. Iris Origo schreef: "tegen het einde van de veertiende eeuw was het moeilijk een welgesteld huishouden in Toscanië te vinden dat niet minstens één slaaf bezat: bruiden brachten ze mee als bruidschat, dokters aanvaardden slaven als betaling - en het was niet ongewoon ze te vinden in de dienst van priesters." Slaven in Italië kwamen in de 14e en 15e eeuw uit verschillende gebieden en etnische groepen. Er waren moslims, Tataren, Circassiërs, Russen, Bulgaren, Armeniers, Albanezen, enkele mediterrane eilandbewoners, en enkelen uit zwart Afrika en de Canarische Eilanden. De meesten waren vrouwen, en de meesten werden benut als huishoudster en concubine.[...]In 1427 had Cosimo de Medici van Florence een onwettig kind bij een jonge Circassische slavin. Het kind werd gewettigd en werd later aartspriester van Prato. (**)

In 1438 zond de koningin van Aragon een brief aan de moslim koning van Tunis met het verzoek taksvrije doorgang te verlenen aan een levering van zes Ethiopische vrouwen. Aangezien moslims en joden reeds enkele decennia tot slaven van de kroon van Aragon gemaakt waren, zal de koningin meer dan voldoende werkkrachten ter beschikking hebben gehad. Het is dus de vraag welke rol deze voorouders van Naomi Campbell moesten spelen in de kille paleizen van het christelijke Europa.

William D. Philips citeert een brief van een slavenhandelaar over een meisje dat voordien bezit was geweest van een kapelaan, maar zwanger bleek:

"We spraken met de kapelaan die de vorige eigenaar was, en hij zegt dat je haar in zee mag gooien met wat ze in haar buik heeft, want het is geen schepsel van hem. En hij zal wel de waarheid spreken, want als hij haar zwanger gemaakt had, zou hij haar nooit teruggezonden hebben"(**)

Wanneer een buitenstaander een slavin zwanger maakte, werd volgens de Italiaanse wet niet de slavin schadeloos gesteld, maar haar eigenaar.

William D. Philips:

Al de gebruikelijke wijzen om slaven te maken waren gebruikelijk onder de Kroon van Aragon: geboorte, huwelijk, rechtspraak, en schuld. Tot het einde van de dertiende eeuw werden taltijke slaven gemaakt door veroveringen en strooptochten; daarna had Aragon haar expansie op het vasteland voltooid, en de hoofdbronnen van slaven werden piraterij en handel.
De grote periode van Aragonese expansie was de dertiende eeuw, toen James I van Aragon het koninkrijk Valencia overnam en met Castile samenwerkte voor de verovering van Murcia. Krijgsgevangen werden regelmatig verkocht in slavernij, en James I bezat talrijke slaven. Hij zond er zo'n tweeduizend als geschenk naar koningen, keizers, kardinalen en edelen.
Het gevangennemen van grote aantallen slaven was een voortdurende traditie. In 1280, nadat Peter Mondesa veroverde, "bleven slavenhandelaars nog minstens een jaar en half slaven aankopen uit de krijgsgevangenen."
Slavernij in het nieuw veroverde Valencia volgde het gewone mediterrane patroon- urbaan eerder dan ruraal, domestiek eerder dan landbouw, hoewel een aantal slaven zeker werkte op het platteland. Er was een breed spectrum aan slavenbezitters; Robert I. Burns heeft slavenhouders vastgesteld van ambachtslui tot bisschoppen en de koning.
Strenge wettelijke bepalingen bonden het bestaan van slaven in het dertiendeeeuwse koninkrijk Aragon. Hun wettelijke status was praktisch onbestaande, al konden ze wel voor het gerecht verschijnen als klagers of als verdediger in bepaalde omstandigheden. Moslims konden met losgeld of anderzins vrijgekocht worden, maar zolang ze slaaf bleven waren ze onderworpen aan het recht van hun eigenaar, tenzij het om zware vergrijpen ging. Een eeuw later werden de regels verstrengd, en werd elke slaaf behandeld als rebel en gevangene. (**)

De slavenmarkt van Barcelona werd ook door moslims bezocht. De winsten die christenen haalden uit de slavenhandel maakte dat ze legale en illegale middelen inzetten om de voorraad aan moslimslaven te vergroten.

Na Colombus

William D. Philips:

...gedurende de eerste twee eeuwen van de Atlantische slavenhandel, bleven zwarte slaven beperkt tot dezelfde gebieden waar ze ook tijdens de middeleeuwen waren, het meest in Spanje en Portugal. De Italiaanse handel met Noord-Afrika bleef zwarte slaven leveren voor Italië uit Portugese handelsstations, maar hun aantal was nooit groot. Nog kleiner was het in Frankrijk, al waren er in het zuiden. Het hof van de Graaf van Anjou had Noord-Afrikaanse dienaren en slaven in de vijftiende eeuw. (**)

Nadat Amerikaanse inboorlingen die door christenen tot slavernij gedwongen waren massal stierven door epidemieën, werden Spanje en Portugal de draaischijf voor een wereldwijde slavenhandel. In 1454 schreef de paus een brief aan de koning van Portugal waarin hij hem feliciteerde dat zoveel vijanden van Christus tot slaaf gemaakt waren. Vanaf 1517 startte Charles I van Spanje met grootscheepse slaventransporten naar Amerika. Toen vier eeuwen later de anti-slavernij beweging op gang kwam, bezaten christenen in de USA alleen zo'n 5 miljoen slaven. Bijna de helft van de verdediging van slavernij werd door christelijke predikanten geschreven. Larry Hise geeft een lijst van meer dan 250 religieuzen die de bijbel aanhaalden om te bewijzen dat blanken het recht hebben zwarten te bezitten. (Larry Hise, Pro Slavery)De christenen die deelnamen aan de anti-slavernij beweging, van Eustathius tot Wilberforce, waren zeker niet typisch voor het christendom.


(*) Medieval Sourcebook - Lullo, Archbishop of Mainz: On Traffic in Ecclesiastical Serfs .

(**) Slavery from Roman times to the early transatlantic trade van William D. Philips.




Tags: Actueel, Religie, Pacifisme, Samenleving, Ethiek

Zie ook het archief